Sevens
De muggen cirkelen plaagsgewijs rond het veld, mooi-weerspelers ontwaken uit hun winterslaap, het gras ruikt vers gemaaid en met de zon laag op je gezicht, parelt het zweet in riviertjes over je rug. We trainen al weken niets anders meer dan sevens: een slap aftreksel van rugby union, waarbij je elkaar zo veel mogelijk in de weg moet lopen zonder elkaar aan te raken. Geen spel voor een uitgerangeerde nummer acht. Nines until fifteens was een betere naam geweest. Maar goed, u raadt het al: het seizoen loopt op zijn eind. En dat moet gevierd. Nu denkt u misschien: De start van een seizoen is toch een betere reden om te feesten dan het einde ervan? Niets is minder waar. Weer een seizoen overleefd. Geen botbreuken, spierscheuringen en pianotoetsen. Vijf hechtingen in mijn duim, dat was het. Reden voor een feestje dus.
Nu waren de feestjes nog niet eens zo lang geleden niet te vergelijken met de feestjes van nu. Onze barcommissie had ergens een partijtje vlees, brood en pindasaus op de kop getikt, waarvan om onduidelijke redenen de houdbaarheidsdatum secuur was verwijderd. In de sloot naast het veld conserveerden we een gietijzeren lijkkist die we opvisten en hezen op het ijzeren onderstel van een jaren zeventig tafel waarvan het blad in het oude clubhuis was gesneuveld tijdens het neerstorten van de - eveneens gietijzeren - plafondverwarming . We ontdeden het rooster – een wapeningsnet van een inmiddels failliet aannemersconcern – met gevoel voor nostalgie van zijn harige herinneringen aan eindfeesten in voorgaande jaren. We lieten twee vaten Oranjeboom aanrukken – wit bier dronken we toen nog niet – en voila: genoeg ingrediënten voor een onvergetelijke avond. Vervolgens mocht ieder zijn of haar ding doen. Zelf had ik me bekwaamd in sateetje-sateetje, een variant op balletje-balletje, waarbij ik vrijwel onzichtbaar mijn rauwe saté in mum van tijd omwisselde voor de keurig doorbakken saté van een niets vermoedende omstander. Anderen ontdekten paintball met flessen mayonaise en curry. Er werd gevoetbald, gedronken, vreemdgegaan, heel veel gedronken en last but not least piste Frank traditioneel de barbecue uit, hetgeen resulteerde in een rookontwikkeling die zelfs in de schemering tot in Tilburg te zien was. Het feest ging door tot diep in de nacht en niet zelden – wanneer de meestal tweekoppige schoonmaakploeg de dag erna kwam opruimen – bleek de deur van het clubhuis nog gewoon open te staan, met de kassa onbewaakt achter de bar en de stereo-installatie op autoreverse nog immer grungemuziek uitbrakend.
Tijden veranderen. De lijkkist is al jaren niet meer uit zijn sloot gekomen. Barbecueën doen we tegenwoordig op gasgebrande schotels, het eten komt van de Sligro en je moet in de rij staan voor een afgemeten stukje vlees. Er is bier, maar ook wijn, cola, jus d’orange en zelfs chocolademelk. En een tent waar Bassie en Adriaan jaloers op zouden zijn. Met een gehuurde bar en een houten vloer. Er is karaoke, soms zelfs met een ware schlager. Elkaar in de weg lopen zonder elkaar aan te raken. Feesten alsof je sevens speelt.
Shark
Reageer op Shark